kidsorigami

Opvoedingsstijl



Opdracht 4: Quickscan mediaopvoeding

Voor ouders van kinderen tot 12 jaar

U bent ervaringsdeskundige. Het lijkt erop dat u net zo veel plezier beleeft aan het gebruik van digitale media als uw kind. U vindt het geen enkel probleem om uw kind op weg te helpen in het gebruik van sociale media, internet of games. U blijft erbij, legt uit en komt samen tot nieuwe ontdekkingen. Misschien bent u zelf wel een fervent twitteraar of gamer, of zit u met regelmaat op MSN of Facebook. Dat is dan mooi meegenomen voor uw kind, want dan weet u hoe het werkt.

 

Mijn opvoedingsstijl is dat ik samen met het kind op het internet ga en leer hoe het kind met het internet om moet gaan. Ik leer het kind eerst wat je op het internet kan gaan doen en waarvoor het handig is. We doen alles samen zodat ik het kind mij alles kan vragen wat hij/zij niet weet. Ik wil ook niet dat het kind stiekem dingen achter mij rug om gaat doen, daarom kun je het best alles samen doen en gelijk vertellen wat de regels zijn. Ik hou het kind ook wel goed in de gaten of alles goed gaat en of het kind contact heeft met vreemde/onbekende mensen. Ik ben ook van de regels bijvoorbeeld dat het kind 10 minuten erachter mag en dan weer iets anders gaat kiezen. Natuurlijk hoe ouder het kind wordt hoe langer het achter de computer mag. Ik maak ook afspraken dat het kind alles aan mij kan vragen en dat ik het kind help waar hij problemen mee heeft.


Opdracht 5: Leeftijd en Begeleiding

Lees de achtergrondinformatie op de website over de leeftijdscategorie waar jij stage in loopt. Geef aan met welke aspecten jij het vooral eens bent.

  • Ze zien graag educatieve tv-programma’s die speciaal voor hun leeftijd gemaakt zijn. Bijvoorbeeld: Dora, Sesamstraat, Het Zandkasteel, Koekeloere.

Op stage vinden de kleuters het heel leuk om koekeloere te kijken of naar koek en ei. Dit zijn educatieve programma’s dus ze leren ervan, maar ze vinden het ook leuk. Dit kijken we samen met de groep. Verder vinden de kleuters het ook leuk om een spelletje te spelen achter de computer. Alleen mogen ze dit nog niet maar met een ouder erbij wel. Kinderen vinden fantasiefiguren ook helemaal te gek, bijvoorbeeld bij tekenfilms of bij computerspelletjes. Dat trekt hun aandacht en fantasie. Ik zie dat veel terug bij kinderen. Want ook bij het voorlezen worden er fantasiefiguren uitgebeeld en daar kijken ze naar en vinden het helemaal geweldig. Ze willen ook altijd het plaatje zien als je voorleest.

 

  • Kleuters beginnen met het spelen van games en het bezoeken van websites. Ze kiezen graag voor games en sites die ze al kennen en gaan nog niet echt zelfstandig op zoek naar nieuwe sites.
  • Kleuters kunnen hun aandacht goed bij mediaproducties (zoals websites, tv-programma’s en films) houden als het hen aanspreekt.

Er zit een jongetje bij mij op stage die veel achter de computer zit bij de bso. Hij speelt altijd spelletjes die hij kent of die hij ziet bij andere kinderen. Als hij het niet kent speelt hij het niet maar als hij het kent en vind hij het leuk, speelt hij het spel vaak. Kinderen kunnen zeker hun aandacht houden bij de media die hen aandacht trekt. Bijvoorbeeld gaan we liedjes zingen en de danspasjes erbij doen. Dan doen we de beamer aan en dan kijken de kinderen aandachtig hoe de danspasjes gaan en doen dit na. Dit vinden ze leuk want je kijkt en beweegt erbij. Je doet de dingen die je zegt en je kunt het nakijken of je het goed doet op de beamer.

 

  • Ze houden van liedjes en rijmpjes.  

Kleuters houden zeker weten van liedjes en rijmpjes. Niet allemaal maar dat ligt dan aan het kind zelf. Als je een liedje begint te zingen, dan zingt meestal de andere kinderen mee omdat het aansteekt. En als het een leuk liedje of rijmpje is met bewegingen dan doen ze sneller mee. Je moet het zelf ook leuk maken door het zelf te doen dat steekt kinderen meer aan. Gebruik mimiek of materiaal, dat is wat de kinderen interessant vinden.

 

  • Van harde geluiden en eng uitziende of dreigende karakters worden ze bang (zeker in de bioscoop).

Als wij koekeloere kijken met de groep en er komt een draak, die maakt dan een eng geluid, dan zijn er wel een paar kinderen bang en willen dan even bij de juf zitten. De juf vertelt ook dat er niks gebeurt en wanneer het weg is en dat je er niet bang voor hoeft te zijn. Maar als je de tweede keer weer kijkt zijn dezelfde kinderen toch weer bang omdat ze werkelijkheid en fantasie niet uit elkaar kunnen halen.

 

  • Ze spelen dingen die ze in programma’s, games of sites zien graag na. Hierdoor verwerken ze wat ze zien. Als ze agressie zien op tv of op internet, dan zie je dat snel terug in hun spel. Hetzelfde geldt voor angstige momenten.

Een jongetje bij mij op stage speelt veel ridder spelletjes of vechtspelletjes. Dit kan ik merken omdat hij vaak bij het spelen en werken of bij het buiten spelen deze spelletjes nadoet. Dan gaat hij met zijn vrienden riddertje spelen en dan doden ze elkaar. En dan moet hij altijd iets in de handen hebben of een stok of een schep en dan doet hij alsof dat zijn zwaard/geweer is. En wanneer we bijvoorbeeld de regels bespreken wat je niet moet doen voordat we naar buiten gaan, dan zegt hij: je mag ook geen bloed of vechtspelletjes spelen. of je mag in de klas niet van je stoel af als de juf weg is want dan kun je vallen en dan krijg je een gat in je hoofd en dan komt er bloed, etc.



Opdracht 6: Interview met twee kleuters

Ik heb 2 kleuters uit mijn stageklas geïnterviewd over wat zij allemaal mogen op de computer en of ze er vaak achter zitten. Eigenlijk beide kleuters spelen spelletjes op de computer, dat is ook meestal het meest normale wat ze doen op deze leeftijd. De ouders zetten een website op en de kinderen kunnen gaan spelen. De kinderen kunnen het nu ook zelf opstarten en de website openen, dat laten de ouders ook toe onder toezicht. De ene kleuter zit 3 a 4 keer een uur achter de computer. De andere kleuter zit bijna elke dag een uur tot twee uur achter de computer spelletjes te spelen. Dat is ook wel te merken want het kind kan van alles openen op de computer als het een opdracht moet doen. In het begin zitten de ouders erbij, maar nadat ze het spel hebben geopend, wordt het kind alleen gelaten. De ouders komen wel af en toe kijken waar ze mee bezig zijn. Verder was mijn vraag wat de regels thuis zijn over de computer en tv. De kinderen zeiden dat ze tv mogen kijken met hun ouders tot bedtijd, maar niet de hele dag. Verder mogen ze max een uur achter de computer, maar het jongetje dringt altijd door en dan mag hij vaak iets langer of moeder vergat dat hij zolang achter de computer zat. Ik interviewde een jongen en een meisje. Het meisje speelt vaak spelletjes van bob de bouwer of gaat een pop opmaken. Of luistert naar liedjes en bekijkt video’s op kindvriendelijke sites. Het jongetje speelt alleen maar vecht- en race spelletjes. Dat vind hij het leukst en hij gaat er ook helemaal mee in. De kinderen mogen van hun ouders niet op andere sites zonder toestemming van hun ouders. Verder heb ik gevraagd wat voor soort tv-programma’s de kinderen kijken op tv/computer. De kinderen antwoordden daarop dat ze het school tv weekjournaal keken, programma’s op Nederland 3 en het jongetje keek vooral tekenfilms op Nickelodeon. Als laatst vroeg ik of ze het leuker vinden om buiten te spelen of op de computer waarna het meisje antwoordde buiten en het jongetje binnen achter de computer.

 

Opdracht 7: Een interview met je stagebegeleider


Interview je stagebegeleider over de rol die de leraar/school heeft over het aanleren van gezond mediagedrag en het herkennen van gevaren.


De leraren op school zijn heel oplettend wanneer de kinderen achter de computer zitten. De computer is ook beveiligd van bepaalde sites waar de leerlingen niet in kunnen. Er zijn van te voren afspraken gemaakt dat de computers alleen voor schoolopdrachten gebruikt mag worden. Voor de bovenbouw wordt er ook een periode les gegeven in mediagedrag, omdat tegenwoordig alle kinderen achter de computer zitten. Het is de taak van de school en ouders om de leerlingen  mediawijs te maken en de ouders daarover in te lichten. Hier spelen de leerkrachten een belangrijke rol in.